De motor wordt gestart d.m.v. perslucht uit een van de 2 aanwezige luchtvaten. Perslucht wordt zelf verzorgd door een mechanische tweetraps compressor welke door de eigen machine wordt aangedreven. Behalve een eenmalige schoorsteenbrand, 2 verstuivers en lederen manchetten in de koelwaterpomp loopt de 2H3 probleemloos. En onder het zo rustieke geluid van deze motor hopen wij dat hij dat nog jaren doet. De Wad- en Sontvaarder De Wad- en Sontvaarder is de grote zus van de luxe motor. Wat betreft de vorm van de romp en de dekindeling waren er geen verschillen. De Wad- en Sontvaarders waren alleen wat breder en hadden een grotere holte. Uiteraard waren zij wel zwaarder van constructie, dit volgens de normen van de scheepvaartinspectie c.q. Germanischer Lloyd of Bureau Veritas. Dit moest hen de zeewaardigheid geven om de Wad- en Sontvaart te bedrijven. Het waren de opvolgers van de Groninger zeetjalken en schoeners en zij voeren tot in de Oostzee. Vanaf de voorkant van het stuurhuis lag het achterdek iets hoger en ook het boeisel was daar vaak wat opgetrokken. Aanvankelijk hadden deze schepen een hulpzeiltuig. Dit was in de beginjaren (plm. 1925) naar de voorschriften van de verzekeringsmaatschappijen dile de motoren nog niet betrouwbaar genoeg achtten. In de latere jaren dertig handhaafde men deze tuigage omdat de havengelden in verscheidene Oostzeehavens lager waren voor zeilschepen dan voorschepen zonder tuig. Tijdens en kort na de tweede wereldoorlog was de brandstofschaarste de oorzaak dat er nog wel eens een zeiltje bijgezet werd. Het tuig bestond aanvankelijk uit een fok en grootzeil maar later voerde men nog slechts een fok vóór en een driehoekig zeil achter de mast. Nadat de mast nog enige jaren dienst had gedaan als laadmast verdween hij in het begin van de jaren vijftig. In die tijd verdwenen ook vele Wad- en Sontvaaarder uit de kustvaart. De Groninger coastervaart werd enorm uitgebreid en de oude kleinere schepen moesten plaats maken voor grotere. Verscheidene Wad- en Sontvaarders zijn in die jaren naar Duitsland en Denemarken verkocht waar een aantal van hen nog dienst doet als kustvaarder. Er vaart in ons land nog een aantal oude Wad- en Sontvaarders als binnenvaarder; meestal verlengd, de dekken omhooggebracht, de den verhoogd, de houten stuurhut vervangen door een stalen en soms voorzien van een moderne kop . De meeste van deze kleine kustvaarders liepen van stapel van de Groninger werven langs het Winschoterdiep.
|